voertuigcontrole —> daihatsu —> dashboard —> lampjes

– Waarschuwings en controlelampjes

De waarschuwings- en controlelampjes geven bepaalde functies dan wel storingen aan.

ROOD Als er tijdens het rijden een rood lampje gaat branden betekent dat in de meeste gevallen dat je de auto veilig langs de kant van de weg moet zetten en afhankelijk van het lampje ook de motor uitzetten. Daarna je garage of de wegenwacht waarschuwen.
GEEL Als er tijdens het rijden een geel lampje gaat branden is het vaak nog mogelijk (evt. met aangepaste snelheid) om je rit af te maken, maar daarna is het zaak om snel contact op te nemen met de garage.
GROEN Groene lampjes geven over het algemeen aan dat onderdelen van de verlichting aanstaan.
BLAUW Blauw lampje betekent dat het grote licht aanstaat.

– Controle werking lampjes

Om te controleren of de waarschuwings- en controlelampjes werken draai je de contactsteutel door tot de één na laatste stand (verder doordraaien start de motor).

– Overzicht lampjes

lampjes

Nr Symbool Betekenis lampjes Hoe te handelen bij de waarschuwingslampjes
1 airbag Airbag Lampje brandt 6 seconden nadat de contactsleutel op ON is gezet. Gaat het lampje niet uit, direct contact opnemen met garage.
2 oliedruk Oliedruk Auto op een veilige plek langs de kant van de weg plaatsen en de motor uitzetten. Zo nodig olie bijvullen. Doorijden ZAL motorschade tot gevolg hebben.
3 dynamo-accu Storing dynamo/accu Als dit lampje gaat branden tijdens het rijden, dan zo snel mogelijk naar de garage. Start de auto niet meer, dan is starten met startkabels een oplossing.
4 downhillassist Downhill Assist Control Als de waarschuwingszoemer blijft branden, direct contact opnemen met garage.
5 slipindicatie Slipindicatie
6 abs Anti blokkeersysteem Controlelicht remvloeistofniveau en ABS blijven branden: geen of weinig remdruk. Niet verder rijden en direct contact opnemen met garage.
Controlelicht remvloeistofniveau en ABS lichten op: mogelijk instabiel remgedrag.
Alleen controlelicht ABS brandt na start: rijden is mogelijk. ABS werkt niet meer.
7 motor Brandstofinspuiting Niet langer doorrijden dan strikt noodzakelijk. Contact opnemen met garage.
8 richtingaanwijzer Richtingaanwijzer werkt
9 grootlicht Ongedimd groot licht Als iemand naar je seint, kan één van de redenen zijn dat je (per ongeluk) je groot licht hebt ingeschakeld.
10 rem Remsysteem 1. Handrem staat aan.
2. Als het lampje brandt tijdens het rijden, staat het remvloeistofniveau op MIN.
3. Als het lampje brandt tegelijk met het ABS-lampje, dan kan dit wijzen op een foutieve remkrachtverdeling.
11 O/D
OFF 
Overdrive (alleen bij automatische transmissie) Als het lampje blijft branden tijdens rijden, dan kan dit wijzen op een defect aan de automatische tranmissie. Contact opnemen met garage.
12 mistachterlicht Mistachterlicht ingeschakeld
13 verlichting Achterlichten
14 brandstof Brandstofniveau Ehhh…. tanken?!?
15 mistvoorlicht Mistvoorlicht ingeschakeld
16 koelvloeistoftemperatuurHot Koelvloeistoftemperatuur (HOT) Bijvullen tot maximum. Bij kokende motor eerst de motor laten afkoelen voordat je de dop losdraait. Systeem staat onder druk, waardoor de ontsnappende hete lucht voor verwondingen kan zorgen. Denk maar aan een fluitketel waar je de dop vanaf haalt als het water kookt.
17 koelvloeistoftemperatuurCold Koelvloeistoftemperatuur (COLD) Rustig blijven rijden tot lampje uitgaat. Daarna motor normaal belasten.