voertuigcontrole —> seat —> rondom de auto —> controle rondom de auto
Controle rondom de auto

Afhankelijk van de leeftijd van een auto moet deze eens in de zoveel tijd een keuring ondergaan, de APK oftewel de Algemene Periodieke Keuring. Tijdens deze keuring wordt gekeken of de auto voldoet aan de minimale eisen voor wat betreft de veiligheid en het milieu. Een APK is echter een momentopname, wat betekent dat er tussen de keuringperiodes natuurlijk wel eens wat defect kan raken zonder dat je het in de gaten hebt. Vandaar dat het ook verstandig is om je auto regelmatig op een paar punten even na te lopen. En dat het bekeuringen uitspaart is natuurlijk mooi meegenomen.

Meer info over de APK

logo-orange

 Nr Aandachtspunt Controleren
1 Voorruit De voorruit moet schoon en heel zijn. Er mag een barst in de voorruit zitten, maar deze barst mag geen vertakkingen hebben en/of in het gezichtveld lopen. De voorruit moet ook voldoende licht doorlaten.
Tip: als je een pit in de ruit hebt als gevolg van bijvoorbeeld steenslag is het vaak nog mogelijk om dit te laten repareren zonder de ruit te vervangen. Je moet de reparatie dan wel zo snel mogelijk laten uitvoeren.
2 Ruitenwissers De ruitenwisserbladen moeten heel zijn; het rubber mag dus niet los van de bevestiging komen en verder mogen de rubbers niet uitgedroogd zijn.
3 Zijramen + achterraam Alle ramen rondom moeten heel en schoon zijn. Ook mogen objecten (stickers, poppetjes e.d) het zicht niet belemmeren.
Het raam aan de bestuurder- en bijrijderkant moet voldoende licht doorlaten. De achterramen en achterruit hebben deze verplichting niet
4 Spiegels De verplichte spiegels moeten aanwezig zijn en schoon. Het glas mag niet verweerd zijn.
De linkerbuitenspiegel is verplicht evenals een binnenspiegel of een rechterbuitenspiegel. Dit betekent dat je of een binnenspiegel moet hebben, of een rechterbuitenspiegel. Alledrie is natuurlijk het beste.
5 Koplampen en achterlichten De kappen op de lampen mogen niet beschadigd zijn. Het gevaar bestaat dat er anders vocht binnen kan dringen wat voor sluiting kan zorgen. Een barst in een kap zorgt ook voor een verkeerde spreiding van het licht.
6 Kentekenplaat De kentekenplaten moeten aanwezig zijn en goed vastzitten. Verder moet de kentekenplaat goed leesbaar zijn.
7 Banden Controleren van banden:
– Bandenspanning. Een goede bandenspanning zorgt voor een betere wegligging, een meer comfortabel rijgedrag en minder brandstofverbruik. De gemiddelde druk in een autoband ligt tussen de 2.0 en 2.2 bar. Kijk voor de juiste bandenspanning in het instructieboekje van de auto. Afhankelijk van hoeveel er met een auto gereden wordt is het raadzaam om ongeveer 1 keer per 2 weken de bandenspanning te controleren.
– Profiel. De minimale wettelijke profieldiepte van een band is 1.6 mm. Bij 2.0 mm is het echter al verstandig om de band te vervangen.
– Wangen. Met de wang van een band wordt de zijkant bedoeld. Deze mag niet te veel uitgedroogd (droogtescheurtjes) of beschadigd zijn en geen uitstulpingen vertonen. Een uitstulping betekent dat de band van binnenuit beschadigd is. Deze beschadiging kan voor een klapband zorgen.
– Ventieldop. Controleer of er een ventieldop op het ventiel zit. Deze ventieldop voorkomt dat zand of andere onrechtmatigheden in het ventiel kunnen komen waardoor de band langzaam leeg zou kunnen lopen.