voertuigcontrole —> seat —> dashboard —> symbolen

symbolen
Algemene symbolen op hendels en/of knoppen


Luchtcirculatie
1. Aanjager. Meestal 4 standen.
2. Luchtverdelingsknop. De afbeelding geeft aan waar de luchtvoorziening op gericht wordt.
3. Idem
4. Idem
5. Idem
6. Verse lucht circulatie; verse lucht wordt van buiten aangevoerd
7. Verse lucht circulatie; er wordt GEEN verse lucht van buiten aangevoerd. TIJDELIJK te gebruiken in bijvoorbeeld een tunnel om uitlaatgassen van andere auto’s buiten de auto te houden. Niet vergeten om daarna in vorige stand (nr.7) terug te zetten. 

Temperatuurregeling
8. Verwarming
9. Airconditioning. Koele kucht voor de warme dagen en/of het snel ontwasemen van het voorruit.
10. Achteruitverwarming.
11. Voorruitverwarming

Ruitenwisser
12. Ruitenwisser voor.Meestal 3 standen:
– interval
– normaal
– snel
13. Ruitensproeier voor.
14. Ruitenwisser achter. Meestal op een ‘hatchback’ model auto (een auto zonder een ‘kont’).
15. Ruitensproeier achter.

De symbolen zien er natuurlijk per automerk niet exact hetzelfde uit, maar de betekenis blijft vanzelfsprekend hetzelfde.
Als voorbeeld nemen we even het symbool voor “luchtcirculatie in de auto“.
1. luchtcirculatie-in-auto2 2. luchtcirculatie-in-auto
Toegegeven, het eerste symbool ziet er wat ouderwets uit, maar de basis blijft hetzelfde; een autosymbool met een pijl er in.

logo-orange